Artikelen

Ik ben jij, jij bent mij

Voor mij staat een Indiaan in de spiegel.
Hij zegt: jij bent mij.
En ik … ben Arabisch,
sinds de allereerste zon,
sinds het begin van de wereld.

De Indiaan lijkt op mij.
Zijn gezicht is mijn gezicht,
zijn ogen zijn mijn ogen,
zijn haar is mijn haar,
zijn huidskleur is mijn huidskleur,
en zijn glimlach is mijn verlegen glimlach!

Een dromerige wind stak de oceanen over.
Een verdwaalde golf ontspande aan de kust van Hadramaut,
daar, waar mijn oude grootvader was.

Wie staat nu voor mijn gezicht,
In een andere spiegel in Lahore, Jalalabad of Madras?

Maar stel, ik ben ├ęcht een Indiaan,
of Pakistaan, Afghaan, Surinaams of anders?
Stel, ik ben wat jouw verbeelding maar wil?

Wat dan ook,
ik ben maar een mens,
die nog steeds kijkt door ogen van een kind,
naar zijn eerste gezicht,
in de eerste spiegel ter wereld.